Selecteer een pagina

De zee is nog kalm, maar de mist trekt al op,
waar is dat monster met zijn ongure kop?
Wie ontwaakt langzaam in zijn vuige spelonk?
Sluit ramen en deuren, de Borgvaarsponk!

Na een dutje van drie eeuwen
eet hij eerst een bosje meeuwen
en een hert. Maar zijn maag zegt n├│g ‘klonk’
Komt hij naar ons toe? De Borgvaarsponk.

Hij spoelt zijn voeten in het meer
en schudt zijn vlerken heen en weer.
Uit zijn linkerneusgat borrelt een vonk
Kun jij hem al ruiken? De Borgvaarsponk?

En ja hoor, hij is naar het dorp komen sjokken.
Snel! Open de kelder met jokkebrokken.
Twee dagen eet hij, dan volgt er geronk.
Hij slaapt weer een tijdje, de Borgvaarsponk.